De uitnodiging om te spreken op het inmiddels 16e energiecongres met als titel ‘de renovatierace naar 2030’, georganiseerd door Embuild Vlaanderen en Flux50, bood een impuls voor het Energieteam van AWB om de leerlessen uit de lopende projecten rond energie — het 100 Wijken Platform, het Living Lab Muide Meulestede en de Open Workroom-programmatie — aan te scherpen en te gieten in een coherent verhaal.  

De presentatie neemt je mee naar een reële wijk, waar we de renovatierace bekijken door de ogen van een wijkbewoner. Zo is er Agnes, 75 jaar. Ze woont alleen in een grote woning en verwarmt enkel de benedenruimte. Haar elektriciteitsfactuur is laag — ze verwarmt immers enkel haar leefruimte — en de kosten van een renovatie zijn dan weer erg hoog: het zou meer dan honderd jaar duren voor ze die investering terugverdient. Ook Hamza en Fatima renoveren niet: ze beschikken niet over genoeg kapitaal om, zelfs met de ondersteuning die er nu is, de investering aan te gaan. Evi en Yves hebben nog maar net geïnvesteerd in een diepgaande renovatie van het pand dat ze kochten, maar kozen omwille van de hoog oplopende elektriciteitskosten toch voor een zuinige gasketel in plaats van een warmtepomp. Een ander gezin heeft berekend dat een grote investering op dit moment financieel niet eens zo veel voordeliger is dan de renovatie nog tien of twintig jaar uitstellen. Ayala en Michiel zien wel de noodzaak om fossielvrij te verwarmen, maar hun hoekappartement op het gelijkvloers biedt geen ruimte om een warmtepomp te installeren.  

Het huidige beleid lijkt van eigenaars te verwachten dat ze zélf de verantwoordelijkheid dragen in de renovatierace. Maar de instrumenten die dat beleid ondersteunen, zoals verbouwpremies, bieden weinig incentive aan wie geen renovatie overweegt in de eerste plaats, en te weinig ondersteuning voor wie het het hardst nodig heeft. Het verhaal van Ayala en Michiel toont aan dat de huis-per-huislogica ook ruimtelijk op haar grenzen botst. Kunnen we via collectieve systemen een methodiek verkennen, die ons integraler, inclusiever, goedkoper en efficiënter naar de eindmeet van de race brengt? 

Verschillende gemeenten staan al ver in het verkennen van de mogelijkheden van een collectieve warmte- en renovatieaanpak. Ze botsen echter op een regelgevend kader dat deze innovatie niet steunt, maar eerder in de weg zit. Lokale besturen, bovenlokale overheden, experts en burgers zitten vast in een afwachtende houding: de Vlaamse Overheid wacht op succesvolle projecten om een kader op te tuigen, maar lokale besturen krijgen geen warmteontwikkelaars aan boord als de juridische en financiële business case ontbreekt. 

Het is tijd om een ‘deal' te maken en gelijk op te trekken. Kunnen we de eerste generatie fossielvrije warmtesystemen in bestaande buurten van de grond krijgen tussen nu en 2030, beleid daar al doende op aanpassen en 100 wijken bij de opstart ondersteunen? Zo'n doorbraakprogramma optuigen en tot uitvoering brengen vergt een bundeling van kennis, inzichten en slagkracht van diverse actoren en disciplines.  

Om te verkennen hoe dat eruit moet zien en of daar draagvlak voor is, startten AWB (innovatiehuis voor transformatie) en VITO (technologisch onderzoekscentrum) samen met een coalitie van lokale initiatiefnemers eind 2024 op eigen kracht een verkenning op. Voor de zomer van 2025 willen we landen met een voorstel voor dit doorbraakprogramma, idealiter gedragen door een slagkrachtige coalitie. Wil je op de hoogte blijven, heb je ideeën of kan je bijdragen? Laat van je horen!

More News
WORKROOM

Architecture Workroom Brussels wordt
WORKROOM, Huis voor transformatie

Architecture Workroom Brussels richt zich sinds 2010 op de toekomst van onze leefwereld. De organisatie begon als een vrijplaats die het verband tussen ruimte en sociaal-maatschappelijke transities agendeerde, met het oog op een toekomstgerichte ontwerppraktijk, opdrachtgeverschap en bouwcultuur.

Dat de verbouwing van onze straten, wijken en landschappen een voorwaarde en hefboom is om maatschappelijke doelen in synergie te bereiken, is intussen duidelijk. Toch stellen we vast dat de nodige transformaties moeilijk voorstelbaar en uitvoerbaar blijven. Ze raken aan zoveel domeinen en actoren dat de verantwoordelijkheid bij iedereen ligt, en daardoor uiteindelijk bij niemand.

Daarom kiezen we ervoor om de ruimte te maken die hen verbindt. En met die aangescherpte missie komt een nieuwe naam: WORKROOM, Huis voor transformatie. WORKROOM is het gedeelde huis waar de toekomst van onze leefwereld wordt verbeeld en georganiseerd.

Momenteel nemen we het voortouw op drie missiegerichte transformaties:

  • MAATSCHAPPELIJKE BROEDPLEKKEN - Tegen 2030 bundelen actoren uit jeugd, sport, cultuur, onderwijs en zorg hun krachten om plekken van veelzijdig maatschappelijk belang te realiseren die structureel eenzaamheid, versnippering en druk op publieke infrastructuur aanpakken.
  • FOSSIELVRIJE WIJKEN - Tegen 2030 zijn minstens tien wijken aan de slag met de omschakeling naar fossielvrije energie op een inclusieve en betaalbare manier, met het oog op een volledige uitstap uit fossiele energie tegen 2040.
  • SPONSLANDSCHAPPEN - Tegen 2030 realiseren we water-, landbouw- en natuurdoelstellingen binnen een samenhangende aanpak op schaal van het afstroomgebied, waarin sterke gebiedscoalities collectief het sponsvermogen van het landschap versterken.

Om deze transformaties waar te maken, werkt WORKROOM schouder aan schouder met pionierende ontwerpers, lokale besturen, organisaties en ondernemingen, overheden, kennisinstellingen en impactinvesteerders.

Via co-creatief ontwerp verbeelden we gedeelde toekomstpaden in tentoonstellingen, publicaties, innovatietrajecten en publieksprogramma's. In deze werkruimtes verbinden we de actoren die deze transformaties kunnen realiseren. Van daaruit ontwerpen we het gedeelde eigenaarschap en de organisatie-, financierings- en beleidsmodellen die leiden tot daadwerkelijke verandering.

De naam is eenvoudiger. De inzet groter. WORKROOM is het gedeelde huis waar we de sociaal-ruimtelijke transformaties oppakken die niemand alleen kan realiseren. In een tijd van polarisatie, verkokering en instabiliteit is dat misschien wel het meest radicale dat we kunnen doen.